Puurheid

Photo by Brett Jordan on Unsplash

Dezer dagen ben ik bezig mijn behoeften in kaart te brengen en ermee aan de slag te gaan. Niet mijn verlangens, die zijn van een andere orde. Van Dale omschrijft de ‘behoefte’ zoals ik ze voor ogen heb als ‘zaak die je nodig hebt’.

‘Verlangen’ daarentegen is synoniem voor ‘wensen’.
Je kan verlangen naar iets dat je mist maar niet echt nodig hebt.
Een boek bijvoorbeeld. Of meer bepaald een schrijfboek.

Ik zit al een tijdje te worstelen met het schrijven. De freewriting wil wel lukken, al beoefen ik ze niet dagelijks. Voor het bloggen heb ik daarentegen behoefte aan inspiratie dezer dagen.

Het is goed om voor je behoeften op te komen. De behoefte aan schrijven bijvoorbeeld, aan zingeving tout court. Maar om daar dan aan te hangen dat je een aantal schrijfboeken bestelt om je weer in gang te zetten, dat is dan het vervullen van een verlangen.
Al geef ik toe, ik heb eraan toegegeven, omdat ik niet veel nieuws met betrekking tot schrijven vond in de bibliotheek en ik hoopte mijn inspiratie wat te voeden bij collega-schrijvers of schrijfdocenten.

Zo las ik al een stukje in één van mijn nieuwe boeken en vond als inspiratie dat ik best uit mijn freewriting zou kunnen putten om een thema te vinden om een blog over te schrijven.
Dat ik daar niet zelf opkwam…
Maar goed, dus neem ik me voor de freewriting ´s ochtends te doen en er ´s avonds even door te fietsen om te bekijken of er online iets over te schrijven valt.

Het was trouwens de eerste keer daarstraks dat ik daadwerkelijk mijn freewriting eens doornam. Hoewel ik ervan overtuigd was dat het enkel een klaagzang werd, moest ik tot de conclusie komen dat er wel degelijk wat wijsheid in te vinden was. Die wijsheid was wel geschreven vanuit een ander perspectief dan de ‘ik’ die meestal aan het woord is…

Ik verklaar me niet nader. Misschien een volgende keer 😊

Ikzelf heb een grote behoefte aan authenticiteit. Zowel om mezelf te bewegen in de wereld als bij het ont-moeten van en met andere mensen. Behoefte aan energieën die zuiver zijn, die niet door allerlei filters gaan voor ze zich vrijgeven in de wereld en mijn waarneming bereiken. Als ik al eerlijk waarneem, onbevooroordeeld…
Overigens kan ik moeilijk anders dan authentiek in het leven staan. Het kost me teveel energie om het anders te doen. Om te faken. Noem het naïviteit, ik weet het niet.

Wat een andere behoefte van me in de kijker zet: de behoefte aan eerlijkheid.
Misschien is het een onderdeel van authenticiteit. Laat ik het eens opzoeken:

Authenticiteit is volgens van Dale : ‘echtheid’.
Eerlijkheid is volgens dezelfde bron: ‘opr-echtheid’, waar dus ‘echtheid’ een onderdeel van is. De twee begrippen hangen nauw samen. ‘Puurheid’, waarbij ik voor ‘puur’ de betekenis ‘onvermengd’ terugvind.

Dat geeft wel een mooi beeld.
Levensenergie die ‘puur’ is, niet bezoedeld door de omgeving waarin het ‘object’ zich bevindt en beweegt…Waarbinnen man, vrouw of X zich begeeft.

‘Puur’ mogen en kunnen zijn. Dat is misschien wel de meest basale behoefte die er is.
Maar wat zijn de voorwaarden daarvoor? Of zijn die er niet?

Vrijheid

Photo by Bianca Ackermann on Unsplash

De behoefte aan vrijheid, ze uit zich op verschillende manieren.

De ene wil op restaurant gaan als hij of zij daar zin in heeft. Als dit betekent het bewijzen dat je ingeënt bent dan nemen ze dat er bovenop. Al betekent dit voor zij die de vrijheid willen hebben niet ingeënt te worden, om welke reden dan ook, dat ze niet kunnen genieten van deze deugd. Maar is het een redelijke ‘vrijheid’?

Er zijn mensen die niet de mogelijkheid hebben op restaurant te gaan, omdat hun land in oorlog is en de restaurants überhaupt niet open zijn. Zij hebben niet te kiezen voor vrijheid, of toch, in de handen van mensensmokkelaars misschien. Als ze geluk hebben landen ze ergens levend. Als ze nog meer geluk hebben komen ze in goede handen terecht. Wat is hun vrijheid? Ze mogen weinig. Kunnen misschien ook weinig.

Ikzelf was eerst van plan me niet te laten inenten. Ik had daar mijn redenen voor. Maar ik bedacht mezelf ook dat als ik dan ziek zou worden en in het ziekenhuis belanden, ik mogelijk in de intensieve zorgen de apparatuur in beslag zou nemen waar andere mensen ook bij gebaat zouden zijn. Dus concludeerde ik dat ik dan een wilsverklaring zou ondertekenen waarin ik duidelijk zou maken dat ik geen intensieve behandeling meer zou willen mocht ik ziek worden aan het virus.

Zover kwam het niet. Ik ontving een uitnodiging en heb me laten inenten. Door die daad heb ik nu de vrijheid om me in restaurants te begeven.

Tot op heden ben ik gelukkig niet ziek geweest. Ik had voor mijn inenting wel eens meer dan twee symptomen waarbij ik me moest laten testen. En ik was bloednerveus dat ik de ziekte zou dragen waardoor ik een bejaard persoon in mijn omgeving mogelijk had besmet.

Maar het was geen corona. Het was een paar dagen uitzieken en weer verdergaan.

Ik heb de vrijheid op restaurant te gaan, ik heb de vrijheid om me vrij in de openbare ruimte te bewegen. Door de keuze die ik gemaakt heb.

Vandaag werd in het nieuws vermeld dat een universitair ziekenhuis niet langer bedden op de intensieve zorgen vrijhoudt voor coronapatiënten. Is dat grof? Welke vrijheid heeft het zorgpersoneel dat al maanden onder druk staat? Hoe slagen zij erin vol te houden? Ik weet het niet. Voor mij is al de dagelijkse berichtgeving in het nieuws belastend, laat staan dat ik dagelijks ook de confrontatie zou moeten aangaan met leven en dood.

De sfeer is grimmig. Omdat er niet naar elkaar geluisterd wordt op de manier die gezond is. Ik neem bewust niet deel aan de sociale media-gekte, omdat ik niet het gevoel heb dat daar werkelijk geluisterd wordt  naar wat er wil verteld worden. Vandaag lees ik een mail van een dansdocente die een open brief heeft geschreven. Ze heeft er genoeg van. Ik lees haar stijl en vrees dat ze niet voluit zal gehoord worden omdat ze aanvallende woorden gebruikt.

We zijn allemaal op zoek naar vrijheid, we maken allemaal keuzes waar consequenties aanhangen. Alleen als er ruimte is om de minderheidsstemmen te horen, alleen als er echt geluisterd wordt naar de argumenten die schuilgaan achter bepaalde keuzes, kan een WIJ verschil maken.

Tot dan geloof ik niet in goed en fout. Ik geloof wel dat geen gedrag vreemd is als je de context in rekening brengt. Niet alleen de eigen context, vooral ook de context waarin je de ander ont-moet.

Daarvoor moet je tijd maken…met keuzes.

Rijexamen

Photo by Alexander Schimmeck on Unsplash

‘Juffrouw, naar rechts.’
‘Jaja’, zei ik opnieuw, en bleef intussen geduldig naar links pinken en uitkijken of de straat vrij was om linksaf te slaan.
Achteraf zei mijn grootvader ‘ik wist het, maar je had gezegd dat ik niets mocht zeggen.’

Maar ik ben uiteindelijk wel rechtsaf gegaan en was uiteindelijk ook voor het rijexamen geslaagd. Van de eerste keer. Hoewel ik ook even benauwd kreeg bij het begin van het traject op de straat, waar er een helling was net voor het verkeerslicht. Even de handrem opgezet en vlot opnieuw vertrokken, zorgend dat ik de baan vrijmaakte en daarmee de knoop op het kruispunt wat lichter maakte. Oef.

Ook bij de manoeuvres was ik even bang dat ik in de fout ging. Eerst moest ik achterin rechts in een parkeerplaats rijden. Daar had ik mijn raampje even naar beneden geschoven om ook even buiten de wagen te kijken. Waarvan mijn grootvader achteraf aangaf dat hij het koud had gehad bij mijn trip op de openbare weg, ‘maja, ik mocht niets zeggen.’

Ik was veel te bewust bezig met trachten geen fouten te maken waardoor ik niet doorhad dat ik mijn raampje nog niet had dichtgedraaid voor ik de straat opging. Waar ik dacht dat het examen eraan ging was bij het vooruit links in een parkeerplaats draaien. Ik moest het in twee stappen doen, maar blijkbaar was dat toegestaan.

Dat ‘ik mocht niets zeggen’ had trouwens een reden. Ik had mijn grootvader ingewreven dat hij tijdens het examen alleszins niet mocht zeggen of de baan vrij was om af te draaien. Bij het oefenen leunde hij vanop de passagiersstoel altijd helemaal naar voren om rechts te kijken of de baan vrij was om links af te slaan. Ik vond dat irritant, maar hij leerde het niet af. Deed het wellicht om goed te doen. Maar ik onderstelde dat de examinator het niet fijn zou vinden als mijn grootvader aanwijzingen gaf. Alleszins, manoeuvres en openbare weg, ik was dus geslaagd.

Dat aan het stuur zitten gebruiken ze ook om ACT (Acceptance and Commitment Therapy) uit te leggen. De metafoor beschrijft jou als chauffeur van je bus, van je leven, en verschillende ‘mensen/monsters’ stappen achterin op. Ze stellen gedachten, gevoelens en gewaarwordingen voor. Het is dan kunst om aan het stuur te blijven en de passagiers te ‘aanvaarden’ (acceptance) op je bus. Hen te negeren als ze veel lawaai maken en je te blijven focussen op de weg die jij uit wil gaan, volgens de waarden die je wil leven. Je niet te laten sturen door de aanwijzingen of gemopper van de passagiers op je bus. Dit vind ik wel een duidelijk filmpje over ACT: https://www.youtube.com/watch?v=ScwXgqO_d7Y

Al zijn er ook filmpjes te vinden met de bus als metafoor.

Misschien is het als chauffeur van je eigen leven ook wel interessant om de venster al eens open te zetten. Een frisse wind te laten waaien in de bus. Ook goed voor je medereizigers in tijden van Corona. Maar of het altijd zo aangewezen is om je te ‘committen’ tot je weg en je waarden en niet naar de stemmetjes van je passagiers te luisteren, weet ik niet zo goed. Ik denk inmiddels dat je er beter met mildheid naar kijkt en tracht te begrijpen wat ze willen vertellen. Welke behoefte er achter zit dat ze zo hardnekkig aandacht blijven vragen. Dat je ook als chauffeur van je bus (die je leven is) tenminste luistert naar je passagiers. Hen negeren zou wel eens een averechts effect kunnen hebben. Ze zouden harder kunnen gaan roepen waardoor je concentratie in het gevaar komt.

Dat doet me dan weer denken aan het gedicht van Rainer Maria Rilke over draken en prinsessen. Hoe de draken in ons leven misschien prinsessen zijn die er in angst en beven slechts naar haken ons eenmaal dapper en schoon te zien ontwaken.

Het volledig gedicht plaatste ik in mijn blogbericht van 28 november 2020: https://fiduciacaro.be/2020-11-28/begrip/

Raampjes en deuren open, af en toe een nieuwe wind en wat beweging brengen onder en in de passagiers. De energie die je meedraagt omvormen zeg maar.

Bestaan daar rijexamens voor?
Of bewustzijnsexamens…

Fietsstraten

Photo by Adam Sherez on Unsplash

Ik hou niet van fietsstraten. Niet dat ik een auto heb en me erger aan de fietsen die zomaar in het midden van de straat fietsen zodat je er niet langs kan. Niet dat het mag, overigens. Neen, als fietser houd ik niet van fietsstraten, zeker niet als ze nogal lang zijn. Als er dan een auto achter me komt rijden dan heb ik het gevoel dat ik de verantwoordelijk draag zijn snelheid te matigen tot minder dan dertig kilometer per uur. Soms voel ik ze porren. Een enkele keer scheurt er toch één voorbij. Mag niet. Maja…

Vanochtend zag ik een obstakel op de fietsstraat die ik nam. Een kleine vrachtwagen vol wanordelijk gestapelde pakjes stond rustig de weg te versperren. Er stond een auto achter. Ik besloot het wandel- en fietspad van de andere richting op te rijden. Naderde ik wat verderop een vrouw met een hondje. Ze leek te staan liften. Maar het was op mij bedoeld. Ze maande me met haar handbeweging vergezeld van de woorden ‘alsjeblieft zeg’ aan de fietsstraat op te gaan. Al weet ik niet eens of zij er mocht lopen…Ik heb immers nog geen verkeersbord gezien waar ook huisdieren op staan…
Koeien, dat wel. En herten. Niet in de stad, neen, dat niet.

Ja, dat ook, …. soms loopt een hond we heel erg in het midden van het fiets- en wandelpad en zie ik hem bij het naderen al door mijn spaken tollen. En ik over mijn stuur katapulteren. Dat kan zomaar hé. En als je een sterke verbeelding hebt ontvouwen zich zo allerlei verhaallijnen.

Zo zou ik bij de dame kunnen gestopt zijn en gevraagd of ze achterop wou. Met de hond en haar eigen benen in mijn fietszakken. Het moet veilig blijven hé. En dan hup, de stoep weer af en de fietsstraat op. Ik zou haar een bijdrage kunnen vragen voor de lift. Maar ik heb dat allemaal niet gedaan. Ik heb haar genegeerd. En me daarvoor niet eens gegeneerd.

Ik ben nog een heel stuk verder in de verkeerde richting blijven rijden en ben aan een afslag de straat op gereden.

Ik ben niet de enige die het fietspad verkiest. Zie er vaak mensen met hun kinderen rijden. Ik snap het ook allemaal niet zo goed. Soms zijn de fietspaden heel breed en mag je er maar in één richting op. Moet je met je vélo de kasseien op hotsen en zien dat je de verzakkingen vermijdt. Je zal maar een ijssculptuur van een schaatsster in je fietszak hebben zitten. Die is gegarandeerd stuk als je thuiskomt. Godgeklaagd, dat is het.

Ik denk dat de vrouw die ik ontmoette geen schaatsster was. Maar ze zou toch helemaal door elkaar gehusseld zijn mocht ze alsnog op mijn bagagedrager hebben meegereden. En haar hondje zou zenuwachtig zijn geworden van al dat gehobbel. Dan staat ze daar schoon, met een nerveuze blaffer.

Ach. Ik weet het ook allemaal niet. Heb de afgelopen dagen gemerkt dat ik niet mag vertrouwen dat mijn hand uitsteken om de weg in te draaien voldoende is. Zelfs niet als ik niets hoor. Soms komt zo´n fietser in volle vaart, al dan niet elektrisch, al dan niet met superdikke banden, voorbij gevlamd en moet ik mezelf intomen voor het afslaan. Een salto is te lang geleden om nu nog te herhalen. Gedwongen of niet.

Ik zal maar voorzichtig zijn. En nieuwsgierig blijven.
Een ongeluk zit vaak in een dood hoekje.

Telefoon

Photo by Annie Spratt on Unsplash

“Wat zijn dat voor mensen, die hebben niet eens een telefoon.”
Dat had moeder gezegd, dik dertig jaar geleden, toen ze er niet in geslaagd was de bestemming van haar zoon op te snorren. Hij was afgeweken van de gefietste Vlaamse Gordel om zijn kersvers lief te komen opzoeken. Zo was hij niet op tijd thuis gearriveerd voor het eten.
Er waren nog geen mobiele telefoons toen. En quasi elke trotse bezitter van een telefoon stond nog met zijn telefoonnummer in de witte gids. Die zij had geraadpleegd.
Er was nog geen sprake van GDPR. Iedere telefoonbezitter kreeg jaarlijks een nieuwe gele en witte gids op de dorpel.

Nochtans had een telefoon toen al wel handig geweest.
Ik had enkele zomers voordien gesolliciteerd in de horeca en de eigenaresse wou me bellen als het druk was. Ik opperde nog dat ze zou kunnen bellen bij onze buren, zodat zij me konden verwittigen maar dat was niet echt werkbaar. Zo afhankelijk zijn van hen voor een studentenjob.

Ik weet niet hoeveel procent van de inwoners van België vandaag een eigen telefoon heeft. Of twee, als die van het werk een apart toestel is. Of drie, als er ook nog een quasi vast toestel rondwaart. En ik weet ook niet of het zo gezond is voor beller en ontvanger om continu bereikbaar te zijn. Zelf ervaar ik vaak onrust als mensen niet binnen afzienbare tijd reageren op een bericht of telefoontje. Dan gaat mijn fantasie met me aan de haal en dat zorgt zelden voor gemoedsrust. Al ben ik zelf ook niet graag continu bereikbaar.
Af en toe wil ik afgescheiden zijn. Alleen zijn met mijn gedachten of in gezelschap. Of herstellend in mijn slaap.

Zo herinner ik me ook nog CLIP en CLIR van enkele jaren later, toen ik bij een telefoonoperator werkte. CLIP = Calling Line Identification Protocol en CLIR = Calling Line Identification Rejection. Als ik het me goed herinner…Daar kon commercieel iets mee  gedaan worden. Toon je je nummer als je belt of verberg je het. Misschien het begin van bewustwording rond privacy.

Wat ik het mooist vind is wanneer ik aan iemand denk en die iemand tientallen tellen later ergens van zich laat horen. Dan is het de vraag of ik het bericht had voelen aankomen of dat telepathie niet meer dan dom toeval is. Bestaat toeval trouwens?

En wat dan als je telefoon het niet meer doet en je toevallig dringend iemand wil bereiken? Waar zijn die ‘telefoonkotjes’ als je ze nodig hebt? Eerst de gewone, volledig afgesloten hokjes. Met een dikke beduimelde witte gids. Later de zelfreinigende hokjes waar de privacy al iets minder was.

Waar een uitspraak al niet toe kan leiden…
En waar een vergeten telefoonkotje al niet voor kan dienen…

Laat mij

Photo by Jamez Picard on Unsplash

laat mij een nieuwe droom verleiden tot een tijdloos avontuur
waarin de camera beweegt en vat hoe liefde op elk uur
nieuwe herinneringen geeft

(eerder gepubliceerd: https://fiduciacaro.be/2018-09-21/laat-mij/)

Het leven dansen

Photo by Hugues de BUYER-MIMEURE on Unsplash

In december 2020 vond ik het een goed idee, om samen te dansen. Bekijk het maar in dit blogbericht https://fiduciacaro.be/2020-12-18/oh-een-brief-in-uw-bus/

Het duurde door omstandige omstandigheden nog maanden vooraleer ik zelf echt ging dansen.
Maar hoe geniet ik er nu van…

Niet het opgelegde dansen met aan te leren danspasjes. Wel het exploreren van wat mijn lichaam allemaal aan kronkels kan ervaren en creëren. Alleen of met twee, drie, vier…of groepsgewijs.
Elkaar ondersteunend of uitdagend.

Heerlijk is dat.

Ik zie me straks door gangen huppelen in oorden waar ik een welkome wind breng. Omdat ik wel wat te vertellen heb en ook vol vragen zit, waar u alleen of samen misschien een antwoord op weet. En misschien vind ik dat dan zo´n wijs antwoord dat ik het wil delen op dit blog. Niet door te doen alsof dit wijze antwoord aan mijn eigen hoofd ontsproot, neen, door u eer aan te doen, ere wie ere toekomt. Mijn dankbaarheid te tonen voor uw wijsheid.

Op veel vragen weet ik het antwoord niet. Misschien omdat elk antwoord slechts een stipje op een spectrum beschrijft dat vanuit een ander perspectief een andere kleur krijgt. Zoals het kijken naar de regenboog door een wel heel erg roze bril. Of spiegelbril. Of gesaboteerd door kleurlenzen.

Maar vooraleer ik gangen doorkruis, ga ik luisteren naar wat mijn lichaam te vertellen heeft.

En aangezien ik zonet een mooi filmpje vond, zet ik dat hier even neer.
Zomaar, omdat ik daar goesting in heb.
Dat mag, denk ik.
Zeker ben ik niet.

Een streepje inspiratie…

ttps://www.youtube.com/watch?v=2bs2jjUeMRY

Ogenblik

Photo by Marina Vitale on Unsplash

Daarnet herinnerde ik me ineens dat ik ooit recruiter had kunnen worden, als ik alleen maar ja had gezegd. Het ene rekruteringsbureau bevond zich in Brussel toen ik er nog woonde. Het andere in Putte toen ik al niet meer in Brussel woonde.

In Putte had ik nochtans gewoon gereageerd op een aldaar vacante job, maar de man die me te woord stond en mijn woorden onder de loep nam, gaf me een speciale uitdrukking over voor de blik in mijn ogen.

‘Je hebt er de blik voor’, vertelde hij me. Wellicht heb ik daarop authentiek gefronst.

Dus heb ik mijn interesse wat opengesteld en is hij beginnen vertellen hoe het er allemaal aan toe ging in zijn bureau. Zo had hij het ook over het zoeken naar geschikte kandidaten. En dat je wel wat leugentjes moest gebruiken om de juiste man of vrouw aan de lijn te krijgen in een organisatie.

En dat, lieve lezers, dat zag ik dus niet zitten.

Ik zou het zelf ook irritant vinden als iemand mij met een smoes aan de lijn krijgt en daarna vertelt dat hij de droomjob voor mij heeft gevonden. Of dat ik de ideale kandidaat ben voor een wel heel speciale job.

En hier had ik dus een zin geschreven die ik voor de zekerheid maar heb geschrapt. Ik gebruikte immers een uitdrukking die een vriend van me net in zijn sms-mond nam zonder het eerst op te zoeken. Heb ik dus voor de zekerheid toch maar gedaan en vandaar de schrapping en verduidelijking. Voor de duidelijkheid, uiteraard.

Rekruteren…

Wat ik wel graag doe is op zoek gaan naar unieke talenten van mensen en hen daar een beetje rond kriebelen om hen in gang te zetten. De vriend waarover ik net cursief schreef doet dat met mij ook.

Ik dacht gewoon wat op mijn luie zetel te zitten vanavond maar door het heen en weer leuteren kreeg ik ineens inspiratie om te schrijven. Dus dankjewel R.!!

Het gedicht over de kiwi heb ik overigens ook voor de helft aan hem te danken. Is hier wel ergens te vinden op mijn blog. Gewoon even zoeken op kiwi…denk ik toch…

Die blik in mijn ogen heeft overigens al meer voor uitspraken gezorgd:
‘Je kijkt zo streng’, ‘Leg zachtheid in je ogen’, maar ook ‘je kijkt zo vreemd uit je ogen’, in mijn pijnlijkste momenten. ‘Jij werkt in het onderwijs he, ik zie het aan je ogen.’

‘Fiducia met de mooie ogen’ heeft ook wel eens iemand zo ongeveer tegen me gezegd. Vreemd vond ik dat. Ik had ze niet eens in de verf gezet.

Maar goed.
Waar liggen mijn talenten en wat kan ik er nog mee betekenen voor de toekomst van onze kinderen?
Ik leg de vraag maar even voor aan mijn onbewuste en rep me terug naar mijn luie zetel op deze zondag.

En later op de avond laat ik mijn ogen boekdelen spreken.
Zomaar, voor de lol.